Wens van een Amsterdammer

Een wens van een Amsterdammer vervullen met een wens....

In het Parool van 24 januari wordt er een beroep gedaan op Amsterdammers die mede Amsterdammers willen helpen. Deze week trok de wens van de heer Özgüven voor een nieuw bed, mijn aandacht. Ik zou graag willen bijdragen aan het vervullen van deze wens. Hieronder mijn motivatie:

Er is veel ellende in de wereld momenteel. Je kan geen krant meer openslaan of er is leed te lezen over mensen die vanwege hun afkomst of religie in conflicten terecht zijn gekomen. Conflicten escaleren en mensen doen elkaar vreselijke dingen aan zonder moreel besef. Grote groepen worden in de wereld geïndoctrineerd en opgeroepen in actie te komen. Ik vraag me wel eens af wat de drijfveer van deze mensen is. Welke belangen worden gediend met hun acties? Misschien is het een uiting van emotie, boosheid of onrecht wat hen is overkomen? Er gebeuren vreemde dingen in iemands hoofd als er een groepsbelang mee gemoeid is. Een simplistische vergelijking zie je bij voetballen waar supportersgroepen ellende uithalen. Deze groep heeft het belang van hun club gemeen. De vraag is echter of hun acties het belang van ‘hun’ club nog wel dient. Terug naar de wereldproblematiek is er een enorme polarisatie aan de gang. Er lijkt weinig voor nodig te zijn om gevoelens van boosheid, angst of afgunst om te zetten in acties en wraak. Evenzeer rijst hier de vraag of het belang achter deze gevoelens gediend wordt? Wat mij raakte in het verhaal van de heer Özgüven is dat hij met hard werken een behoorlijke wind in de rug heeft gecreëerd voor zichzelf totdat in 2005 het tij keerde. Tussen de regels lees ik dat hij ondanks alles een optimist is en een vechter. Hoeveel pech kan iemand in zijn leven aan voordat hij breekt en de handdoek in de ring gooit? Er zijn mensen die met een stuk minder tegenslag zich afzetten tegen de maatschappij. Ik heb grote bewondering voor de heer Özgüven en tegelijk leef ik met hem mee. Er zijn mensen die zeggen dat een bijdrage aan een goed doel voornamelijk uit eigenbelang is. De gever voelt zich goed als hij iets geeft; als hij niets geeft dan kan het blijven knagen aan zijn geweten. Misschien is mijn bijdrage en medeleven met de heer Özgüven een gewetenskwestie, maar dan wel eentje die gepaard gaat met een oproep aan iedereen. Mijn wens is dat iedereen vaker zonder inmenging van achterban, geloof of cultuur naar elkaar kan kijken. Dan is dit misschien een kleine bijdrage aan een betere wereld. En dat is toch in het belang van iedereen?